Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:2626

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2014
Publicatiedatum
5 september 2014
Zaaknummer
13/02200
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:401 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor ondeugdelijke advisering en waarschuwingsplicht professioneel adviseur

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van BDO Corporate Finance B.V. centraal wegens ondeugdelijke advisering aan Shipcon Shipping B.V. De kwestie betrof de zorgplicht van een professioneel adviseur bij het verstrekken van advies over financieringsconstructies en de daaraan verbonden zekerheden en risico’s.

De rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam hadden eerder geoordeeld over de aansprakelijkheid van BDO, waarbij het hof een arrest heeft gewezen dat aan dit arrest van de Hoge Raad is gehecht. BDO stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp het beroep.

De Hoge Raad benadrukte dat een professioneel adviseur een waarschuwingsplicht heeft ten aanzien van de risico’s verbonden aan de financieringsconstructie en zekerheden. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat een beroep op een exoneratiebeding niet mogelijk is indien sprake is van grove onzorgvuldigheid. De klachten van BDO konden niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaak gaven.

De Hoge Raad veroordeelde BDO tevens tot betaling van de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot en gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van BDO wordt verworpen en BDO wordt aansprakelijk gehouden voor ondeugdelijke advisering zonder dat het exoneratiebeding op grond van grove onzorgvuldigheid geldt.

Uitspraak

5 september 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02200
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BDO CORPORATE FINANCE B.V., voorheen BDO Campsobers Corporate Finance B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. W.H. van Hemel,
t e g e n
SHIPCON SHIPPING B.V.,
gevestigd te Assen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. S.A.P. van den Berg en mr. P.P. Hart.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BDO en Shipcon.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 232368/HA ZA 07-1164 van de rechtbank Utrecht van 28 mei 2008, 31 december 2008, 29 juli 2009 en 29 december 2010;
b. het arrest in de zaak 200.085.154 van het gerechtshof Amsterdam van 22 januari 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft BDO beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Shipcon heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Shipcon toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van BDO heeft bij brief van 20 juni 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BDO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Shipcon begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
5 september 2014.