Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Zoetermeer,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
7 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende de verlenging van een ondertoezichtstelling. De verweerster in cassatie is Stichting Bureau Jeugdzorg, die niet is verschenen in cassatie. De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 RO.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk niet behandeld, omdat de klachten onvoldoende belang toonden of klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden. Dit oordeel is genomen na afweging van de stukken uit de feitelijke instanties, waaronder de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 17 juli 2013.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard en daarmee het verzoek van de vader afgewezen. De beslissing is genomen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp, Drion en uitgesproken door vice-president Numann op 7 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans op slagen.