Uitspraak
1.De procesgang in cassatie
2.Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad bij arrest van 8 juli 2014 een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd en de zaak deels terugverwezen voor hernieuwde berechting. Bij nader inzien bleek dat in dat arrest abusievelijk de beoordeling van het eerste middel ontbrak, en werd vermeld dat deze geen bespreking behoefde.
De Hoge Raad heeft daarom op 23 september 2014 een herstelarrest gewezen waarin het eerdere arrest werd gecorrigeerd door de beoordeling van het eerste middel alsnog toe te voegen. Deze beoordeling leidde tot de conclusie dat het middel niet tot cassatie kon leiden, en dat geen nadere motivering noodzakelijk was.
Het herstelarrest verduidelijkt tevens dat de eerdere vernietiging en terugverwijzing uitsluitend betrekking hadden op het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad heeft hiermee de procedure en uitspraak in cassatie gecompleteerd en verduidelijkt.
Uitkomst: Het arrest van 8 juli 2014 wordt herzien met toevoeging van de beoordeling van het eerste middel, waarbij het cassatieberoep deels wordt verworpen en deels terugverwezen.