Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
Op 11 augustus 2010 hebben verdachte en een medeverdachte gezamenlijk een Sparta-fiets weggenomen bij een supermarkt in Gemert. De fiets was op slot en werd door medeverdachte opgepakt, in een groene Saab geladen en naar een woning vervoerd, waar het slot werd doorgeslepen.
De verdachte stelde dat hij te goeder trouw handelde, omdat medeverdachte hem had wijsgemaakt dat de fiets op verzoek van een derde werd opgehaald. Het hof verwierp dit verweer als ongeloofwaardig, omdat er geen aanwijzingen waren voor het bestaan van die derde persoon of een dergelijke afspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en juiste motieven had om de bewezenverklaring te baseren op de verklaringen en het bewijs, waaronder politieprocessen-verbaal en waarnemingen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het gezamenlijk wegnemen van de fiets voldoet aan het begrip 'weggenomen' in art. 310 Sr Pro. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat verdachte samen met een ander de fiets heeft weggenomen wordt bevestigd.