Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
26 september 2014.
Hoge Raad
In deze zaak verzocht de vader cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake vervangende toestemming voor de binnenlandse verhuizing van een minderjarig kind. De moeder, als verweerster in cassatie, is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis hiervan en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De beschikking is uitgesproken door raadsheer G. de Groot en ondertekend door de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.