ECLI:NL:HR:2014:2909

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2014
Publicatiedatum
6 oktober 2014
Zaaknummer
14/01632
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen uitleveringsuitspraak Rechtbank Den Haag

Op 7 oktober 2014 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld door de opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 maart 2014. Het betrof een verzoek van Australië tot uitlevering van de opgeëiste persoon, geboren in 1970.

De advocaat van de opgeëiste persoon heeft middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsheren hebben de schriftelijke reactie van de verdediging ontvangen en beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat dit geen nadere motivering behoeft, aangezien de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de opgeëiste persoon wordt verworpen.

Uitspraak

7 oktober 2014
Strafkamer
nr. 14/01632 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 maart 2014, nummer RK 13/5030, op een verzoek van Australië tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 oktober 2014.