ECLI:NL:HR:2014:2942

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2014
Publicatiedatum
13 oktober 2014
Zaaknummer
14/00541
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2008

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 december 2013, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2008 werd behandeld.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Het cassatiemiddel dat belanghebbende aanvoerde, werd beoordeeld en verworpen omdat het niet tot cassatie kon leiden.

Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde het middel geen nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde dat er geen gronden waren voor veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Overgaauw en raadsheren van Loon en van Kalmthout op 10 oktober 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

10 oktober 2014
nr. 14/00541
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 20 december 2013, nr. BK-13/00021, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te ’s-Gravenhage (nr. AWB 12/5911) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.