Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 oktober 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een kopie van een proces-verbaal, gewaarmerkt door de officier van justitie als 'voor fotocopie conform', als wettig bewijsmiddel kon worden gebruikt voor de bewezenverklaring van een snelheidsovertreding. De verdachte was beschuldigd van het op 26 juni 2012 rijden met een snelheid van 140 km/u op de provinciale weg N34 nabij Erm.
Het hof had de bewezenverklaring gebaseerd op een kopie van het proces-verbaal dat was opgenomen in de stukken die aan de Hoge Raad waren toegezonden. Deze kopie was voorzien van een stempel en paraaf van de officier van justitie, waarmee de echtheid werd bevestigd. De verdediging stelde dat het hof ten onrechte deze kopie als gelijkwaardig aan het origineel had beschouwd, waardoor de motivering van de bewezenverklaring onvoldoende zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet onjuist had geoordeeld door de kopie als bewijsmiddel te gebruiken, aangezien de kopie in een omslag zat die door de officier van justitie was gewaarmerkt en er geen bijzondere omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden. Gelet op artikel 344 Sv Pro was de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling op basis van een gewaarmerkte kopie van het proces-verbaal.