ECLI:NL:HR:2014:2989

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2014
Publicatiedatum
16 oktober 2014
Zaaknummer
13/04002
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over non-conformiteit bij koop viool en vorderingen tot ontbinding

In deze zaak stond de koop van een viool centraal waarbij sprake was van non-conformiteit. Eiseres c.s. vorderden ongedaanmaking van de koop en beriepen zich op ontbinding van de overeenkomst. De procedure begon bij de rechtbank ’s-Gravenhage met meerdere vonnissen tussen 2009 en 2011, waarna het gerechtshof Den Haag arresten wees in 2011 en 2013.

Eiseres c.s. stelden cassatieberoep in tegen de arresten van het hof, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof over de uitleg van de dagvaarding, de waardering van getuigen- en deskundigenbewijs en het beroep op ontbinding. De kosten van het cassatiegeding werden aan eiseres c.s. opgelegd, maar tot nihil begroot aan de zijde van verweerster.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, Drion en Snijders en in het openbaar uitgesproken door vice-president Numann op 17 oktober 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof bevestigd.

Uitspraak

17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04002
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
4. De gezamenlijke erven van de voormalig vennoot [betrokkene 1],
destijds wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 340887/HA ZA 09-2090 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2009, 3 maart 2010 en 26 januari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.082.743/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 mei 2011, 23 april 2013 en 14 mei 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 23 april 2013 en 14 mei 2013 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op
17 oktober 2014.