ECLI:NL:HR:2014:2990

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2014
Publicatiedatum
16 oktober 2014
Zaaknummer
13/04821
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 27 lid 2 FwArt. 25 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in faillissementszaak over overname geding werknemer

In deze zaak stond centraal of de curator het geding van een werknemer, waarin onder meer wedertewerkstelling werd gevorderd, moest overnemen in het kader van faillissementsrecht. De kantonrechter te Amersfoort en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder geoordeeld dat de curator het geding niet hoefde over te nemen.

Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en stelde dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de belangenafweging die ten grondslag lag aan het niet overnemen van het geding door de curator, mede gelet op de vraag of de rechtsvordering rechten of verplichtingen betreft die tot de failliete boedel behoren. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die nihil werden begroot aan de zijde van verweerster.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04821
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de volgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 768517 AC EXPL 11-5257 CTH 4065 van de kantonrechter te Amersfoort van 1 februari 2012 en 14 maart 2012;
b. het arrest in de zaak 200.106.576 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2013.
Het arrest van het hof aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 18 september 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op
17 oktober 2014.