ECLI:NL:HR:2014:3002

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2014
Publicatiedatum
17 oktober 2014
Zaaknummer
14/02170
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in bestuursrechtelijke zaak en afwijzing verzoek schadevergoeding

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende grond boden voor behandeling in cassatie, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het beroep of de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Daarnaast bevatte de conclusie van repliek een verzoek om schadevergoeding, dat niet eerder was ingediend en niet voor het eerst in cassatie kan worden gedaan. Daarom werd dit verzoek afgewezen.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het arrest werd gewezen door de vice-president Feteris als voorzitter en raadsheren Koopman en Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

17 oktober 2014
nr. 14/02170
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 5 maart 2014, nr. BK‑13/00407, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 18 september 2013.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Schadevergoeding

De conclusie van repliek bevat een verzoek tot schadevergoeding. Aangezien dit verzoek niet eerder is gedaan en niet voor het eerst in cassatie kan worden gedaan, is het niet toewijsbaar (zie HR 13 mei 2011, nr. 09/05143, ECLI:NL:HR:2011:BQ4248, BNB 2011/208).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2014.