Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 oktober 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2013, waarin een geschil over beleggingsadvies en de zorgplicht van de financieel adviseur centraal stond. De rechtbank Zwolle-Lelystad had eerder vonnissen gewezen in deze zaak.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof, en behandelt het cassatieberoep van eiser. Verweerder is in cassatie verstek verleend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom wordt het beroep verworpen en wordt eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerder op nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer de Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.