Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
28 oktober 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 28 oktober 2014 het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 februari 2013 vernietigd en de zaak terugverwezen. Het hof had verdachte en zijn mededaders veroordeeld voor witwassen in het kader van het zonder vergunning uitoefenen van betaaldienstverlening via hawala.
Het hof oordeelde dat de geldbedragen die verdachte en zijn mededaders hadden verworven, voorhanden hadden of overgedragen, daarmee van misdrijf afkomstig waren. De Hoge Raad stelde echter dat vermogensbestanddelen slechts als afkomstig uit enig misdrijf kunnen worden aangemerkt indien zij afkomstig zijn van een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het verwerven, voorhanden hebben of overdragen daarvan.
De bewezenverklaring zag niet op opbrengsten of verdiensten van het zonder vergunning handelen als betaaldienstverlener, waardoor het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe berechting. De overige middelen werden verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.