Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het zesde middel
4.Beoordeling van het zevende middel
5.Slotsom
6.Beslissing
4 november 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake bedrieglijke bankbreuk en witwassen in het kader van een BTW-carrouselzaak.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte tijdens zijn schuldsaneringsregeling en faillissement gelden verzweeg die hij op buitenlandse bankrekeningen aanhield en dat hij geldbedragen had die afkomstig waren uit misdrijven. De bewijsvoering bestond uit proces-verbalen van verhoor, verklaringen van de curator, en bankafschriften.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende bewijs had geleverd dat verdachte daadwerkelijk beschikte over gelden op een specifieke bankrekening bij Bank Sabadell en dat er bedragen waren overgemaakt naar rekeningen of kaarten op naam van een derde. Ook was onvoldoende vastgesteld dat het geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaringen en strafoplegging betrof met betrekking tot deze feiten en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor onvoldoende bewijs en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting.