Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het zevende middel
4.Slotsom
5.Beslissing
4 november 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake witwassen in een BTW-carrousel. De verdachte werd onder meer verweten tussen februari en juni 2006 een bedrag van ongeveer €10.000 te hebben gehad, waarvan hij wist dat het afkomstig was uit enig misdrijf.
De Hoge Raad beoordeelde het bewijs dat het geldbedrag uit een misdrijf afkomstig was en concludeerde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat dit bewezen kon worden. De verklaringen van de verdachte en de curator, alsmede het faillissementsvonnis, boden geen sluitend bewijs voor de criminele herkomst van het geld.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft met betrekking tot dit onderdeel en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onderdeel witwassen van circa €10.000 en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.