Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Utrecht werd behandeld. Het geschil betrof een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek en het College een conclusie van dupliek indienden. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter en raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2014.