Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 november 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 16 maart 2007 in het centrum van Goes een zwart bomberjack droeg met de opdruk 'A.C.A.B.', wat staat voor 'All Cops Are Bastards'. Deze uiting werd door een politieagent die in functie was als beledigend ervaren. De verdachte was zich bewust van de beledigende betekenis en was vooraf gewaarschuwd door politieambtenaren.
Het hof stelde vast dat het dragen van het jack in het uitgaanscentrum, waar de kans op ontmoeting met politie functionarissen groot was, een feitelijkheid vormde die de eer en goede naam van de politieambtenaar aantastte. De verdachte had de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de politieambtenaar zou beledigen.
De verdediging voerde aan dat de term 'Cop' niet per definitie op Nederlandse politie sloeg en dat het dragen van het jack zonder bijkomende gedragingen geen opzettelijke belediging vormde. De Hoge Raad oordeelde echter dat het opzet op belediging afhankelijk is van de concrete omstandigheden en dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had door het opzet van de verdachte aan te nemen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof dat de verdachte schuldig is aan belediging van een ambtenaar in functie door het dragen van het jack met de tekst 'A.C.A.B.'.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het dragen van een jack met de tekst 'A.C.A.B.' onder de gegeven omstandigheden een opzettelijke belediging van een politiefunctionaris vormt.