Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
7 november 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam. Het cassatieberoep richt zich tegen een wrakingsverzoek dat door het Tuchtcollege is afgewezen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep omdat tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege geen rechtsmiddel openstaat op grond van art. 63 Wet Pro BIG en art. 515 Sv Pro.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verzoeker beoordeeld en volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal. Er is geen rechtsmiddel tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op het wrakingsverzoek, waardoor het cassatieberoep niet ontvankelijk is. De Hoge Raad verklaart verzoeker dan ook niet-ontvankelijk.
De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot op 7 november 2014. De beslissing bevestigt de beperkte rechtsmiddelen tegen beslissingen van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg.