Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:3168

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2014
Publicatiedatum
12 november 2014
Zaaknummer
12/05873
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • R.J. Koopman
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 lid 5 AwbArt. 8:31 AwbArt. 8:42 lid 1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof in omzetbelastingzaak en verwijst voor nieuw onderzoek

In deze zaak betrof het een geschil over een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 1996 opgelegd aan belanghebbende, bestaande uit fiscale eenheid [X3] B.V. en Beheermaatschappij [X4] B.V. De zaak werd behandeld door de Rechtbank Breda en het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij het hof uitspraak deed op 7 november 2012.

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en geconcludeerd dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven vanwege een schending van het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid en onvolledige processtukkenoverlegging door de inspecteur. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledig nieuw onderzoek en beslissing.

De Hoge Raad benadrukt dat de inspecteur op grond van artikel 8:42, lid 1, Awb verplicht is alle relevante stukken aan partijen en de rechter te overleggen, en dat de rechter onder omstandigheden kan besluiten het verzuim van de inspecteur te negeren. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep en bepaalt een vergoeding voor het betaalde griffierecht.

De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president Overgaauw als voorzitter fungeerde. Het arrest is uitgesproken op 14 november 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nieuw onderzoek.

Uitspraak

14 november 2014
nr. 12/05873
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Fiscale eenheid [X3] B.V. en Beheermaatschappij [X4] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 7 november 2012, nr. 08/00274, op het hoger beroep van belanghebbende alsmede het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda (nr. AWB 06/5082) betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking tot kwijtschelding van de in de aanslag begrepen verhoging. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. R.W.J. Kerckhoffs, mr. A.M.E. Nuyens en mr. A.J.C. Perdaems, advocaten te Breda.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 9 juli 2014 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
Middel 1 faalt voor zover het betrekking heeft op mr. G.J. van Muijen en slaagt voor zover het betrekking heeft op mr. drs. T.A. Gladpootjes, een en ander op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 12/05832 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Gelet op het hiervoor in 2.1 overwogene kan ‘s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling. Verwijzing moet volgen voor een nieuw onderzoek in volle omvang.
Opmerking verdient nog dat ingevolge artikel 8:42, lid 1, Awb de inspecteur alle stukken die hem ter beschikking staan en een rol hebben gespeeld bij zijn besluitvorming aan de belanghebbende en aan de rechter dient over te leggen. Indien een partij verzuimt te voldoen aan de verplichting om stukken over te leggen is het op grond van artikel 8:31 Awb Pro aan de bestuursrechter om daaruit de gevolgtrekkingen te maken die hem geraden voorkomen. Dit voorschrift staat toe dat de rechter onder omstandigheden de gevolgtrekking maakt dat voorbijgegaan moet worden aan dit verzuim.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met de nummers 12/05871, 12/05875 en 12/05876, met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 466, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een vierde van € 4930,88, derhalve € 1232,72, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2014.