Uitspraak
[X1]te
[Z]en
[X2]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de
Rechtbank te Haarlemvan 1 augustus 2012, nrs. AWB 11/3719 en AWB 11/3720, betreffende twee aan belanghebbenden opgelegde aanslagen in het recht van successie.
Hoge Raad
Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Haarlem betreffende twee aanslagen in het successierecht. De Rechtbank had haar uitspraak op 1 augustus 2012 aan partijen verzonden. Het beroepschrift in cassatie werd echter pas op 9 oktober 2013 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 12 september 2012 afliep.
De Hoge Raad heeft belanghebbenden de gelegenheid gegeven om te verklaren waarom de termijn overschreden was, maar de aangevoerde redenen werden niet als gegrond beoordeeld. Hierdoor werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbenden te veroordelen in de proceskosten. Wel is vastgesteld dat belanghebbenden te veel griffierecht hadden betaald, hetgeen aan hen wordt terugbetaald.
Het arrest is gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en raadsheren Koopman en van Kalmthout, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.