Belanghebbende, een vennootschap, was in geschil met de Inspecteur over de aanslag vennootschapsbelasting en de daarbij behorende boetebeschikking en heffingsrente voor het jaar 1999. Na eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof werd door belanghebbende cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie gegrond verklaard en de uitspraak van het hof vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige herbehandeling en beslissing, waarbij het arrest van de Hoge Raad in acht moet worden genomen.
In de motivering benadrukt de Hoge Raad het belang van het naleven van de verplichtingen uit de Algemene wet bestuursrecht, met name de verplichting van de inspecteur om alle relevante stukken te overleggen aan belanghebbende en de rechter. Bij het niet naleven hiervan mag de rechter passende gevolgtrekkingen maken.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatieberoep en bepaalt dat de Staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier op 14 november 2014.