Belanghebbende was het niet eens met opgelegde kosten in verband met dwangbevelen milieuheffing over de jaren 2008, 2009 en 2010. De Invorderingsambtenaar verklaarde zijn bezwaren niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat belanghebbende de gronden van het beroep niet tijdig had ingediend.
Belanghebbende stelde in verzet dat hij de gronden wel tijdig per fax had verzonden, maar dat de faxapparatuur van de rechtbank onbereikbaar was wegens overbezetting. De rechtbank wees het verzet af, stellende dat het risico van faxproblemen voor rekening van belanghebbende kwam.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het verzet ongegrond had verklaard. De Hoge Raad benadrukte dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de rechtbank via het opgegeven faxnummer bereikbaar was, ook op de laatste dag van de termijn. De rechtbank had de stelling van belanghebbende over de onbereikbaarheid van de faxapparatuur moeten onderzoeken.
Verder bleek dat voor twee van de beroepen geen termijn was gesteld voor het aanvoeren van gronden, zodat de niet-ontvankelijkverklaring daarvan onterecht was. De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het verzet gegrond en gelastte dat de rechtbank het onderzoek voortzet en opnieuw oordeelt over de ontvankelijkheid van het beroep.
Tot slot werd bepaald dat belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed krijgt en dat geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.