Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 17 april 2009, nr. BK-08/00197, betreffende een aan
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
,punt 33.
-voor zover hier van belang
-alles wat de leverancier of dienstverrichter voor deze handelingen als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de zijde van de koper, van de ontvanger of van een derde. Ter zake van de zakelijke rechten in de zin van artikel 5, lid 3, letter b, van de Zesde richtlijn is niet voorzien in een bijzondere regeling met betrekking tot de maatstaf van heffing.