Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
25 november 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. A. Boumanjal middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering gegeven omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 25 november 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.