ECLI:NL:HR:2014:3520

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2014
Publicatiedatum
4 december 2014
Zaaknummer
14/03967
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging WSNP wegens boedelachterstand en nieuwe schulden

In deze zaak staat de tussentijdse beëindiging van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) centraal, waarbij het hof Den Haag had geoordeeld over de verwijtbaarheid van boedelachterstanden en het ontstaan van nieuwe schulden. De verzoekster had tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het gerechtshof Den Haag en neemt kennis van de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep strekt. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat zij niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering. Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk (voorzitter), Snijders en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot op 5 december 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

5 december 2014
Eerste Kamer
nr. 14/03967
LH/JG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/12/43 R van de rechtbank Den Haag van 28 maart 2014;
b. de arresten in de zaak 200.144.782/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 juni 2014 en 29 juli 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 29 juli 2014 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 24 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
5 december 2014.