Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
(...)
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
16 december 2014.
Hoge Raad
Op 11 februari 2010 heeft verdachte zijn buurman bij de knieën vastgepakt, opgetild en over een reling op de eerste verdieping van een bovenwoning gegooid, waardoor het slachtoffer meerdere meters naar beneden viel. Het slachtoffer liep daarbij ernstige verwondingen op.
Het hof oordeelde dat verdachte door zijn handelen minstens de aanmerkelijke kans op de koop heeft toegebracht dat het slachtoffer het leven zou verliezen, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet op doodslag. Dit oordeel was gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van het slachtoffer, politieverslagen, medische rapporten en de verklaring van verdachte zelf.
De verdediging voerde onder meer aan dat het slachtoffer een geoefende marinier was en daardoor letsel had kunnen beperken, maar het hof verwierp dit verweer. De Hoge Raad bevestigt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het oordeel voldoende is gemotiveerd.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam van 29 mei 2013 in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot doodslag blijft in stand.