Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 december 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2014. Namens verdachte heeft mr. M. Veldman een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is bekrachtigd.