Uitspraak
,nummer RK 12/1151
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Rechtbank Arnhem een beschikking gegeven waarin zij het beklag noch heeft afgewezen noch gegrond verklaard, maar het onderzoek heeft heropend en de zaak heeft verwezen naar de Rechter-Commissaris voor nadere toetsing van inbeslaggenomen stukken. Deze beschikking wordt beschouwd als een tussenbeschikking.
De klager stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep aan de hand van de toepasselijke wettelijke bepalingen, met name artikel 552a en 552d Sv. Volgens deze bepalingen kan cassatieberoep alleen worden ingesteld tegen beschikkingen waarin het beklag wordt afgewezen of gegrond verklaard met de daarmede overeenkomende last, niet tegen tussenbeschikkingen.
De Hoge Raad oordeelde dat de beschikking van de rechtbank niet valt onder de categorieën waartegen cassatieberoep openstaat, en verklaarde daarom het cassatieberoep van de klager niet-ontvankelijk. Hiermee wordt voorkomen dat procespartijen onzekerheid ondervinden over de mogelijkheid van cassatieberoep tegen tussenbeschikkingen, wat de rechtszekerheid ten goede komt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de tussenbeschikking geen afzonderlijk cassatieberoep openstaat.