Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had het vonnis van de rechtbank bevestigd waarin de verdachte werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij, een bedrag van € 2.428,78 vermeerderd met wettelijke rente.
Tijdens de terechtzitting bleek dat de benadeelde partij deze schade reeds volledig door een verzekering had laten vergoeden, waardoor de vordering niet meer aan de orde was. Het hof had dit vastgesteld maar desondanks het arrest niet aangepast, waardoor het arrest een misslag bevatte.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de schadevergoedingsvordering bevestigt en vernietigt het vonnis van de rechtbank in zoverre. De zaak wordt om doelmatigheidsredenen door de Hoge Raad zelf afgedaan. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak bevestigt dat een reeds voldane schadevergoeding niet opnieuw kan worden gevorderd en dat de rechterlijke instanties dit zorgvuldig moeten toetsen om onnodige procedures te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de schadevergoedingsvordering bevestigt en wijst het beroep voor het overige af.