Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 1 oktober 2013, nr. SGR 13/2984, betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2010. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende tijdig gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn gesteld. Omdat het griffierecht niet is voldaan, en de door belanghebbende aangevoerde redenen dit niet rechtvaardigen, verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.