Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 februari 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft betrokkene cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake de toepassing van het kamerprogramma onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De rechtbank had geoordeeld over de toepassing van artikel 38c lid 1 Wet Bopz, waarbij de vraag speelde of sprake was van een verschrijving en of betrokkene belang had bij de klacht. Tevens was aan de orde of de rechtbank had miskend dat een individuele beoordeling vereist is bij toepassing van het kamerprogramma.
De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank van 16 augustus 2013 en stelt vast dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Drion en in het openbaar uitgesproken door De Groot.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking over de toepassing van het kamerprogramma onder de Wet Bopz.