ECLI:NL:HR:2014:424

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 februari 2014
Publicatiedatum
27 februari 2014
Zaaknummer
13/03999
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Haarlem had behandeld. De zaak betrof navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2005 en 2006, alsmede de daarbij opgelegde boetebeschikkingen.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.

Daarmee verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Overgaauw en raadsheren Koopman en van Kalmthout op 28 februari 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

28 februari 2014
Nr. 13/03999
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 juli 2013, nrs. 12/00447 en 12/00448, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 11/1581 en AWB 11/1582) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2005 en 2006 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2014.