Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
3.Beoordeling van het vijfde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
11 maart 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had onder meer beslist tot verbeurdverklaring van diverse inbeslaggenomen voorwerpen, maar daarbij per vergissing een verkeerde beslaglijst als bijlage gevoegd.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de beslissing tot verbeurdverklaring, voor zover die op basis van artikel 440 Sv Pro passend was, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen behalve het middel over de verbeurdverklaring niet tot cassatie konden leiden.
Het middel over de verbeurdverklaring werd gegrond bevonden omdat de verbeurdverklaring niet voldoende was gemotiveerd en de verkeerde beslaglijst was gebruikt, waardoor onduidelijk bleef welke voorwerpen precies betroffen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van dat onderdeel.
Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president van Dorst en raadsheren Jörg en van den Brink, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 11 maart 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring wegens verkeerde beslaglijst en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.