Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
11 maart 2014.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Namens verdachte heeft de advocaat een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a RO en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 maart 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en niet-geschiktheid tot cassatie.