Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 maart 2014.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het beroep werd ingediend door de raadsman van verdachte, mr. G. Spong.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad overweegt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat dit geen nadere motivering behoeft, omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof. Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), Y. Buruma en N. Jörg en uitgesproken in openbare terechtzitting op 11 maart 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.