ECLI:NL:HR:2014:581

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2014
Publicatiedatum
13 maart 2014
Zaaknummer
13/01641
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 AOWArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake AOW-besluit Sociale verzekeringsbank

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank te ’s-Hertogenbosch over een besluit van de Sociale verzekeringsbank (SVB) met betrekking tot de Algemene ouderdomswet (AOW).

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van artikel 53 van Pro de AOW en artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. De middelen die belanghebbende heeft voorgesteld, konden niet tot cassatie leiden omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken op 14 maart 2014 door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter en de raadsheren C. Schaap en P.M.F. van Loon.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

14 maart 2014
Nr. 13/01641
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 15 februari 2013, nr. 10/4036 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te ’s-Hertogenbosch (nr. AWB 09/932) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene ouderdomswet (hierna: de AOW).

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
Ingevolge artikel 53 van Pro de AOW kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3, en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen.
2.2.
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen - voor zover zij al zijn aangevoerd ter zake van schending of verkeerde toepassing van de hiervoor in 2.1 vermelde bepalingen - niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2014.