ECLI:NL:HR:2014:585

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2014
Publicatiedatum
13 maart 2014
Zaaknummer
13/00267
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondheid cassatieberoepen inzake Wet waardering onroerende zaken

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Belanghebbende diende een verweerschrift in en stelde tevens een incidenteel cassatieberoep in.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten in beide cassatieberoepen en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Ten aanzien van de proceskosten werd het College veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, vastgesteld op € 974 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Voor het incidentele beroep van belanghebbende werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

De Hoge Raad verklaarde de beide beroepen in cassatie ongegrond en legde het griffierecht van € 466 op aan het College. Het arrest werd uitgesproken op 14 maart 2014 door raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en veroordeelt het College in de proceskosten.

Uitspraak

14 maart 2014
Nr. 13/00267
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Leeuwardenvan 4 december 2012, nrs. 11/00218 tot en met 11/000222 en 12/00327, betreffende ten aanzien van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) genomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend. Het College heeft tevens het incidentele beroep beantwoord.

2 Beoordeling van de in het principale beroep en in het incidentele beroep aangevoerde klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

Wat betreft het principale cassatieberoep zal het College worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Wat betreft het incidentele cassatieberoep van belanghebbende acht de Hoge Raad geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart:
de beide beroepen in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 974 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2014.
Van de gemeente Dongeradeel wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 466.