Uitspraak
23/000879-10, in de strafzaak tegen:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
18 maart 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd beschuldigd van het bezit van verboden wapens en munitie aan boord van een luchtvaartuig op Schiphol. Het hof sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs voor het ten laste gelegde strafbare feit. Desondanks gelastte het hof de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen wapens.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens artikel 36b, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht onttrekking aan het verkeer alleen kan worden bevolen indien bij rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan, ook als de verdachte is vrijgesproken. Omdat het hof geen strafbaar feit had vastgesteld, was de onttrekking aan het verkeer onrechtmatig.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de onttrekking aan het verkeer betrof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van dat onderdeel. De vrijspraak van de verdachte bleef ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de onttrekking aan het verkeer betreft en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.