Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
21 maart 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank Limburg wees het verzoek af, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dit vonnis bevestigde. De verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat het verzoek tot toelating tot de WSNP niet kan worden ingewilligd indien de regeling minder dan tien jaar geleden reeds van toepassing is geweest, conform artikel 288 lid 2 onder Pro d van de Faillissementswet. De klachten van de verzoeker in cassatie zijn onvoldoende om tot cassatie te leiden en behoeven geen nadere motivering.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en verwerpt het cassatieberoep. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.