Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
25 maart 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 december 2012. De raadsman van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk is, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is het beroep verworpen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 maart 2014. De uitspraak bevestigt het eerdere arrest van het gerechtshof zonder inhoudelijke wijziging.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.