ECLI:NL:HR:2014:726

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2014
Publicatiedatum
27 maart 2014
Zaaknummer
13/03735
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting

Belanghebbende, [X] B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Haarlem over naheffingsaanslagen in de overdrachtsbelasting werd behandeld.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad vond geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 28 maart 2014 door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter en de raadsheren P.M.F. van Loon en J. Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

28 maart 2014
Nr. 13/03735
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 20 juni 2013, nrs. 11/00912 t/m 11/00916 bis, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 11/99 t/m 11/103) betreffende naheffingsaanslagen in de overdrachtsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.