Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 juli 2013, nr. BK-12/00829, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat het middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of het middel niet tot cassatie kan leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.
Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak, waarmee de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.