Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 juli 2013, nr. BK-12/00830, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een bedrag aan overdrachtsbelasting dat op aangifte was voldaan. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het voorgestelde middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Deze overweging is gebaseerd op eerdere jurisprudentie (HR 14 juni 2013, nr. 12/03630).
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 28 maart 2014 uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat het middel niet tot cassatie kan leiden.