ECLI:NL:HR:2014:764

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2014
Publicatiedatum
27 maart 2014
Zaaknummer
13/04823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herziening arrest niet-ontvankelijk verklaard door Hoge Raad

Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest van 20 september 2013. De griffier heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief werd echter wegens onbestelbaarheid retour gezonden, waarna het stuk alsnog per gewone brief naar het adres van belanghebbende is verzonden. Het griffierecht werd niet voldaan.

Vervolgens werd belanghebbende opnieuw per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald. Ook deze brief werd wegens onbestelbaarheid retour gezonden en opnieuw per gewone brief verzonden. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 28 maart 2014 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en het niet reageren op aanmaningen.

Uitspraak

28 maart 2014
Nr. 13/04823
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 20 september 2013, nr. 13/01850.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 18 november 2013 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 17 december 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.