Uitspraak
[X] C.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 26 september 2013, nr. SGR 13/2244, betreffende drie aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een commanditaire vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag betreffende drie naheffingsaanslagen omzetbelasting. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende tijdig per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 4 april 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.