Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
28 januari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 november 2012. Namens verdachte hebben advocaten middelen van cassatie voorgesteld. De waarnemend Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, W.F. Groos en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 28 januari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.