Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt, voor zover hier van belang, in:
"Noodweer
Indien Uw hof van oordeel is dat wel vaststaat dat de schram op de duim door het bijten van cliënte is veroorzaakt, doet de verdediging een beroep op noodweer(exces).
De verdediging is van mening dat er sprake was van een feitelijke aanranding van cliënte haar eigen lijf (een belang dat zij mocht verdedigen). Zij werd immers geduwd, hardhandig vastgepakt en geslagen door de politie. Op het moment dat de politie bijna haar arm brak, door de greep die hij heeft toegepast, verdedigde cliënte zich door te proberen in de duim te bijten.
Er was derhalve sprake van een zich ogenblikkelijke en voltrekkende aanranding, welke aanranding bovendien wederrechtelijk was. De agent had immers geen enkel recht (en ook geen enkele reden) om cliënte met zoveel geweld aan te houden, haar te duwen, en haar zo hardhandig te boeien. De agent hoefde zich niet te verdedigen tegen cliënte. Er is derhalve geen sprake van noodweer tegen noodweer. De verdediging is dus van mening dat er geen sprake was van een noodweersituatie voor de agenten. Cliënte stond voor de agent en weigerde enkel om geboeid in een politieauto mee te gaan naar het bureau voor het betalen van een geldboete van nog geen 25 euro. De verdediging is van mening dat de politieagent ook geen recht had om cliënte zo hard aan te pakken.
Voorts was de verdediging van cliënte noodzakelijk en gepast onder deze omstandigheden. Cliënte kon ook niet weg, zij zat in een zeer pijnlijke houdgreep, waarbij zij bijna haar arm brak.
Daarnaast heeft cliënte geen riskanter of zwaarder middel gehanteerd dan in dit geval vereist was. Zij heeft ook een 'gepast middel' tijdens haar verdediging gebruikt/toegepast door te trachten te bijten (haar handen had zij niet meer vrij). Er bestond dan ook geen wanverhouding tussen de aanranding en de verdediging.
De verdediging, welke in deze situatie was geboden, voldoet dan ook aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.
Ik verzoek u cliënte te ontslaan van alle rechtsvervolging nu het tenlastegelegde gedrag onder bovengenoemde omstandigheden gerechtvaardigd was.
Noodweerexces
In het geval U van oordeel bent dat cliënt disproportioneel heeft gereageerd op de aanranding van de agent, verzoekt de verdediging U cliënte te ontslaan van alle rechtsvervolging met een beroep op noodweerexces.
Mocht U derhalve van oordeel zijn dat cliënte de grenzen van noodzakelijke verdediging heeft overschreven, dan staat in ieder geval vast dat deze overschrijding een onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging die op haar beurt door de aanranding van de agenten werd veroorzaakt, nu cliënte bijna haar arm brak.
Ik verzoek u cliënte te ontslaan van alle rechtsvervolging nu het tenlastegelegde (gedrag) onder bovengenoemde omstandigheden niet aan haar schuld te wijten is."