Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
Op 3 oktober 2009 werd verdachte te Amsterdam aangehouden door twee politieagenten ter uitvoering van een signaal voor gijzeling wegens een openstaande boete. Tijdens de aanhouding verzette verdachte zich met geweld door in de duim van een agent te bijten.
Het hof oordeelde dat de verbalisanten rechtmatig handelden, ook al waren zij niet op de hoogte van de signaalgrondslag. Verdachte voerde verweer dat de politie niet rechtmatig handelde en dat sprake was van noodweer of noodweerexces, omdat zij naar eigen zeggen hardhandig werd vastgepakt en geslagen.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat de politie niet rechtmatig handelde, aangezien de aanhouding gebaseerd was op een wettelijke grondslag. Ook het beroep op noodweerexces werd verworpen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Het arrest bevestigt dat opsporingsambtenaren rechtmatig handelen wanneer zij een wettelijke bevoegdheid uitoefenen, ook als zij niet alle details kennen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2013.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de politie handelde rechtmatig en het beroep op noodweerexces faalt.