Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 maart 2013 in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. W. Hendrickx een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting op 8 april 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen door de Hoge Raad.