Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 13 juni 2013, nr. 12/00199, betreffende een aan belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
Hoge Raad
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1886 met een schuur en tuin. De WOZ-waarde van de woning werd vastgesteld op €182.000, waarbij een dakkapel werd gewaardeerd op €5.000. Belanghebbende betwistte het bestaan van de dakkapel en daarmee de waardering.
De Rechtbank en het Hof bevestigden de vastgestelde waarde, waarbij het Hof oordeelde dat de dakkapel in de kubieke meters van de woning was begrepen en de aanduiding geen invloed had op de waardering. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onvoldoende gemotiveerd is, omdat het taxatieverslag zowel een inhoud van 385 m³ vermeldt als een aparte waarde van €5.000 voor de dakkapel.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en vermindert de WOZ-waarde tot €177.000. Tevens worden de proceskosten verdeeld, waarbij het College van burgemeester en wethouders en de heffingsambtenaar worden veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €177.000 wegens onjuiste waardering van de dakkapel.