ECLI:NL:HR:2014:883

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2014
Publicatiedatum
10 april 2014
Zaaknummer
13/03285
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen verpakkingenbelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor de jaren 2008 en 2009 naheffingsaanslagen in de verpakkingenbelasting opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslagen. De Inspecteur ging in hoger beroep, waarna het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank vernietigde en het beroep ongegrond verklaarde.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde de middelen en verwierp deze op grond van een gelijktijdig gewezen arrest in een vergelijkbare zaak tussen dezelfde partijen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof en sluit het geschil over de naheffingsaanslagen in de verpakkingenbelasting definitief af.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

11 april 2014
Nr. 13/03285
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 29 mei 2013, nrs. BK-12/00324 en 12/00325, betreffende naheffingsaanslagen in de verpakkingenbelasting.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 alsmede over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 een naheffingsaanslag in de verpakkingenbelasting opgelegd, welke naheffingsaanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 11/7752) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard en de uitspraken van de Inspecteur alsmede de naheffingsaanslagen vernietigd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 13/03284 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2014.